Archief beheerder
Na een maand niet gewandeld te hebben, was afgelopen zondag dan toch een keertje de gelegenheid daar. Eindelijk zag het er buiten een beetje aantrekkelijk uit met geregeld de zon en geen wind. Een frisse neus halen, dat was het doel.
Bij Watersley was het stil … geen wandelaars, ondanks prima weersomstandigheden.

Maar niet alleen wandelaars waren afwezig, ook was er totaal geen wildlife te zien. Alleen maar wat kraaien. Vreemd, ik verwachte nu toch wel al flink wat vogels alhier.
Ik loop het crossfietspaadje omhoog naar de Kollenberg en ook daar geen mensen. Maar ja, dat vind ik helemaal niet erg … voor mij mag het altijd zo rustig zijn.
Op het bankje zittend kijk ik even over het uitgestrekte weide/wijde landschap.

Waar zijn de buizerds, de blauwe kiekendieven, reigers? En al die kneutjes en gorzen dan?
Niks … wat is er loos? Ik weet het niet, maar dit is een beetje saai. Snel terug naar de auto en ik besluit naar Puth te rijden. 3 Kilometer hier vandaan, ik heb gehoord dat er alweer grauwe gorzen gespot zijn.
Mijn eerste uitzicht is de Kollenberg heel in de verte, waar ik zojuist nog gewandeld heb.

Er zijn geen grauwe gorzen te vinden, een paar groenlingen en vinken is al wat ik zie.
Iets verderop zag ik een half jaartje geleden een steenuil, daar dan maar eens gaan loeren.
Helaas, ook niks te zien. Ondertussen is er bewolking komen opzetten en wordt het landschap weer donker.

Geen succes vandaag, alleen een frisse neus heeft me opgepept.
Naar het dorpje Puth kijkend … Tegen de zakkende zon in, lijkt het wel in brand te staan. Ook al is het pas kwart over drie … Het lijkt wel avond.

Deze keer blijft het bij landschapsfoto’s. Hopend op wat leukers wacht ik af wat de winter brengen gaat.
Het was mooi weer zaterdag 26 oktober. Een lekker warm zonnetje en een flinke wind waren blijkbaar prima omstandigheden voor de nog aanwezige vlinders. Ze waren niet te tellen, zoveel waren het er.

Vooral heel veel luzernevlinders. Bovenstaande is een oranje luzernevlinder, onderstaande weet ik niet zeker.

Hier op de Watersley liggen 4 kleine regenpoeltjes op een rij … Bij elk poeltje zwermde het van de parende heidelibellen.
Bij 1 van de poeltjes ben ik gaan tellen en ik kwam op 23 stuks, 1tje was nog vrijgezel.

Terug naar de vlinders en verder gelopen naar de Kollenberg, bleken de dagpauwogen toch wel veruit het meest aanwezig te zijn. Zij waren écht niet te tellen.

Verder nog 2 atalanta’s en 1 distelvlinder. Een hoop koolwitjes én …..
Een kleine parelmoervlinder. Dat is een nieuwe soort voor mij en zeker hier op de Kollenberg.

Het lukte met al die wind alhier niet om superfoto’s te schieten maar ik ben allang blij dat ik het beestje überhaupt op de foto heb.

Zo heeft een rondje Kollenberg tóch weer 1 kleine verrassing, zoals zo vaak het geval is. Twee weken terug had ik ook zo’n kleine verrassing. Ook hier gold, geen superfoto maar wel een leuke waarneming.
Een wezeltje dat net de weg over wou steken.

Afgelopen zaterdag ging mijn wandeling naar de lavagroeve van Rockeskyll in de vulkaaneifel. Ik was er dit jaar nog niet geweest. De route er naar toe ging door de velden met op afstand wat bosjes met beginnende herfstkleurtjes.

Op de asfaltweg in de zon zaten vele insecten, lekker warm waarschijnlijk. Van mij en mijn camera waren ze echter niet gediend, behalve deze sprinkhaan … Die was blijkbaar wat nieuwsgieriger aangelegd dan de rest.

Op een donkerder stukje van de route, al in het bos, zijn onwaarschijnlijk veel soorten paddenstoelen te zien. Ik heb er geen verstand van, en ook geen zin om al die soorten te gaan fotograferen. Een paar die ik wel aardig vond nam ik wel even mee om op te zoeken, zonder resultaat want dat is bijna niet te doen als je er geen verstand van hebt.
Dit zal één van de vele soorten schijfjeszwammen zijn. Denk ik, zeg ik met nadruk.

Dan kom ik eindelijk bij de lavagroeve. Mooie kleuren en verschillende lagen zijn goed te zien.


Een grote groep zwammen trekt wel mijn aandacht … Zijn het trechterzwammen? Geen idee, maar de groene kleur deed mij denken dat deze er wel heel giftig uitzien. Of dat zo is weet ik niet hoor!

In het bos kom ik op een plekje waar duidelijk geen zon doordringt. Het is er donker en nat. En hoewel het al later in de middag is, is hier alles nog met dauw bedekt.


Op deze nazomerse mooie dag heb ik geen zin in natte voeten, hier blijf ik dus niet lang hangen. Terug naar de lava, want hier sta ik plots vlak voor een hoge wand met mooie laagjes lava.


Terug in de zon zie ik een bij en een vlieg op een bloem zitten. Geen ruzie, maar wel concurrentie. Ze willen allebei precies hetzelfde slokje nectar hebben.

Dan zit mijn rondje om de groeve er weer op. Langs een maisveld met uitzicht ga ik terug naar huis. Het begint te bewolken, de zon is weg en het wordt meteen fris. Ach, dat geeft niet … Ik heb genoten.

Een allegaartje aan foto’s in dit blog.
Mijn man en ik waren de eerste week van oktober in de Vulkaaneifel. Het was er mooi weer en dat nodigde uit om te gaan wandelen. Ik was net op pad toen ik een bekend geluid hoorde …. Kraanvogels.
Een kleine groep van 24 vogels vloog over richting zuiden.

De trek is blijkbaar weer begonnen, ben benieuwd of het weer zo’n enorme aantallen gaan worden als in het voorjaar.
In het veld trof ik behalve vlinders ook een kever op het zwart knoopkruid. Deze kever heb ik al eens eerder gezien en heet Oxythyrea funesta . In Nederland heel zeldzaam, maar hier in de Eifel niet.

Deze kever behoort tot dezelfde familie als de penseelkever en dat zie je ook wel een beetje.

Landschappelijk gezien is er niet veel aantrekkelijks hier en het is al te koud voor veel insecten.
De volgende dag gaan we naar het historische stadje Kronenburg. Het is al heel oud met huizen uit de 16e eeuw. Als we er aankomen parkeren we op een drukke parkeerplaats ons autootje.

Het lijkt druk te zijn in Kronenburg, maar het blijkt er bijna uitgestorven te zijn. Alle winkeltjes zijn gesloten en waar zullen al die mensen van al die auto’s toch uithangen?

Geen idee. Het zijn mooie oude huizen … maar er is toch niet veel te zien.

We klimmen nog omhoog om de berg ruïne te bekijken, maar dat bleek niet de moeite. 3 Stenen pilaren was alles wat er over was van de ruïne. Het aardigst was nog wel het uitzicht dat je er had.

Ook de Kronenburgersee (het meer) konden we niet bezoeken want toevallig hadden ze dat net helemaal drooggelegd en waren baggermachines er aan het werk. Jammer maar helaas.
Bij thuiskomst zag ik toch nog wel wat leuks, wederom een kever … maar toch.

Eventjes had ik de hoop dat het de zeer zeldzame goudglanzende loopkever was. De kleur, het halsschild en de grote van het beest klopte allemaal. Alleen de tekening van rugschilden klopte niet. Dat maakt deze kever tot de iets minder zeldzame Carabus cancellatus .
Vliegen kon die niet meer denk ik, en probeerde uit alle macht in de mossige bodem te kruipen.

Weer een dag later was het weer nog steeds prima en besloten we naar de vulkaanmeren in de omgeving van Daun te rijden. Die meren heten maren.

Eigenlijk waren we net 2 weken te vroeg hier denk ik. Het zal er inmiddels heel mooi zijn met herfstkleuren.


Aan de andere kant van de weg ligt nog een Maar, met een dorpje er aan vast.

Mooi is het hier, ga ik zeker nog eens naar terug voor een flinke wandeling.
Het is nog vroeg en daarom besluiten we naar de Moezel te rijden. Naar Zell am Mozel.

Veel wijnwinkels en antiekwinkeltjes hier. Eetgelegenheden en toeristische winkels.
We lopen een tijdje door de straatjes en gaan dan van die overheerlijke Duitse taart eten. Omdat ik geen keuze kon maken heb ik maar liefst twee stukken genomen, met uitzicht op de kerk met zijn historische mozaiek die de hele geschiedenis verbeeld van Zell.


We wandelen terug naar de auto langs de Moezel.


Dit was toch een mooi uitstapje.
Helaas voor een aantal van jullie, de beestjes die hier nu getoond worden zijn alleen in de zuidelijke helft van Nederland te vinden. Tenminste, vooralsnog wel.
De klimopbij is wel bezig steeds een stukje noordelijker te trekken. Inmiddels ook niet meer zeer zeldzaam, maar gewoon zeldzaam.

De klimopbij is een zijdebij en verzameld alleen nectar van de klimop. Aangezien de klimopplant in het najaar bloeit, komt deze bij ook in het najaar alleen maar voor.
Ik heb een grote klimophaag en het is nu al een aantal jaren op rij prijs wat betreft deze bij. En dat kan lang niet iedereen zeggen.
Een mooie wollige goudgele bij, met het achterlijf streepjes in zwart en goudgeel.

We hebben hier in het zuiden ook een sprinkhaan genaamd “het zuidelijk spitskopje”.

In tegenstelling tot het gewoon spitskopje, komt deze soort (de naam zegt het al) alleen in zuid-Nederland voor.
Inmiddels echter geen zeldzame soort meer.
